Dit recept en ik hebben al een lange historie samen. We gaan al terug tot 1991. Zaterdag 9 november om precies te zijn. Vroeger vonden mijn ouders het een goed idee als wij leerden koken. Dat was handig voor later en gaf hen een vrije zaterdagmiddag. Dus op zaterdag kookte een van de kids. Het maakte ons ook nog eens prijsbewuste consumenten, het budget was (slechts) 15 gulden, voor zes mensen. En stiekem vonden wij het toch ook wel heel leuk.
Ieder had zo zijn eigen specialiteit en mijn voorkeur ging uit naar Chinees-Indische gerechten. En dan het liefste bami. Mét satésaus (of pindasaus). We moesten ook altijd een klein verslagje schrijven van onze kook-actie. Toen leek dat volstrekt onzinnig, maar nu komt dat goed van pas. De onderstaande foto vertoont namelijk dat verslag. Hier vind je het gerecht voor bami. Op een andere bladzijde van datzelfde schrift staat hoe je de satésaus moet maken. Echter is dat slechts een verwijzing naar een recept in een kookboek, liever lui dan moe. Zie de foto hieronder voor de originele ingrediënten van die satésaus.
Sinds die eerste keer is de satésaus nog erg vaak gemaakt. Ik denk dat het wellicht het meest gemaakte gerecht ooit is, door mij. Maar ja, het is dan ook gewoon erg lekker. Sinds die eerste keer heeft het zich steeds doorontwikkeld. Van vrienden van mijn ouders leerde ik namelijk dat je er bruine basterdsuiker en trasi bij kunt doen. Nog weer later leerde ik van een huisgenoot dat je nog meer interessante kruiden kon toevoegen. Hieronder vind je de huidige stand van zaken. Maar je weet nooit hoe lang de samenstelling zo blijft.
Deze keer maakten we varkenshaas-saté en spruiten voor bij de pindasaus.
Ingrediënten satesaus
Voor de satésaus (of pindasaus)
Voor 2 personen*
- 3 eetlepels Calvé pindakaas**
- halve ui
- 2 tenen knoflook
- 3 scheutjes ketjap
- 1 theelepel laos
- 1 theelepel djintan
- 2 theelepels djahe
- 2 theelepels ketoembar
- halve theelepel trasi
- 2 theelepels sambal
- halve eetlepel bruine basterdsuiker
- lauwwarm water (hoeft niet op)
* Als je het recept voor meer personen wil maken schep dan in het begin meer pindakaas in je pan, voeg de bovenstaande basis hoeveelheden toe en proef gaandeweg of het nodig is om meer smaak toe te voegen. Voeg indien nodig de kruiden toe in bovenstaande verhouding.
** Er wordt veel gespeculeerd over welke pindakaas het meest geschikt is voor satésaus. Iedereen mag daar natuurlijk zijn eigen mening over hebben, maar ja, er is maar in pindakaas als basis voor saté en dat is .... Ik bedoel maar.
Download onze satésaus inkooplijst
Voor de saté
Voor 2 personen
- 1 varkenshaas
- scheutje vissaus
- scheutje sesamolie
- scheutje olijfolie
- scheutje sojasaus*
* Tijdens het eten kwamen we erachter dat we de sojasaus waren vergeten toe te voegen. Daarom vind je dat ook niet terug op de foto's.
Download onze saté inkooplijst
Voordat je aan de slag gaat
Mijn recept heeft twee geheimen: de koude voorbereiding en de subtiele opwarming. Doordat je de saus al helemaal koud voorbereid kun je dit doen voordat je je op de rest van de maaltijd stort. Hierdoor kun je je volledig focussen op het verkrijgen van de juiste smaak. De subtiele opwarming voorkomt dat er olie uit de pindakaas vrijkomt en bovenop je saus gaat drijven. Zorg ervoor dus voor dat je de saus niet te warm maakt.
Verder is het een kwestie van roeren en doseren. Voeg niet al het water of al de ketjap in één keer toe, maar doe dit beetje bij beetje totdat er een saus ontstaat met een dikte waar je tevreden over bent.
Hetzelfde geldt voor de kruiden ik gebruik, zoals je op de foto’s kunt zien, een klein theelepeltje. Hier kun je makkelijker mee doseren, Bovendien past deze goed in de Conimex-kruidenpotjes. Handig.
Aan de slag
Aan de slag met de saté
Ik begin met het snijden en marineren van de saté, dan kan deze lekker op smaak komen terwijl we de pindasaus maken.
Doe in een kom de olijfolie, vissaus, sesamolie....en eh, vergeet de sojasaus niet.
Snij de varkenshaas in dobbelstenen. Doe het vlees in de marinade en roer het door. Zet het aan de kant zodat het kan marineren.
De satesaus maken
Snij de ui en knoflook heel fijn.
Schep de pindakaas in een steelpannetje. Roer hier de ui en de knoflook door. Voeg een scheutje lauwwarm water toe. Lauwwarm water mengt beter dan koud water. Roer alles goed door elkaar.
Voeg een scheutje ketjap toe en voeg achtereenvolgens van alle kruiden een theelepel: loas, djintan, djahé, ketoembar, sambal en trasi. Roer dit alles goed door elkaar. Voeg daarna de bruine basterdsuiker toe en roer dit erdoor.
Voeg nog wat lauwwarm water en een scheutje ketjap toe om de saus wat dunner te maken. Proef even. En voeg, als je dat lekker vindt nog meer djahé, ketoembar en sambal toe. Ik ben altijd zuinig met de trasi en djintan. Omdat die een sterke smaak hebben.
Meestal maak ik het af met nog een scheutje water en ketjap om de saus wat vloeibaarder te krijgen en nog een laatste theelepel sambal voor extra een scherpe twist. Proef of je tevreden bent.
Ik maak zelf altijd vrij dikke saus, als je zelf de voorkeur geeft aan dunnere saus dan kun je gewoon water toevoegen om het te verdunnen.
De saus opwarmen en de saté braden
Zet de satésaus op een klein vuurtje en roer af en toe door de saus. Let dus op dat hij niet te warm wordt.
Prik de blokjes vlees op satéprikkers. Zet een koekenpan op het vuur en doe er wat olijfolie in. Als de olijfolie warm is leg je de saté in de pan en bakt ze rondom mooi bruin tot ze gaar zijn.
Opdienen
Schep de borden vol, leg de satestokjes op de borden en schep er lekker veel satésaus over of naast. En smullen maar.
Eet u smakelijk!
Je kunt dit overigens ook heel goed in de zomer bij een BBQ serveren.
Wendy & Jeroen




